• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact








Dag 17, Camp Kwando en eigen game drive.

Vooraf dachten we uit te kunnen slapen, hebben dus voor de verandering geen wekker gezet, maar om onduidelijke redenen zijn we er toch voor half acht uit. Maar hierdoor kunnen we wel heerlijk alles op ons gemak doen. We maken er een heel relaxed ochtendje van en met alleen een klein wasje en verder lekker met de camera in de aanslag rondlopen.

Iets na elven, nadat we de tent ingeklapt hebben, vertrekken we naar het Muduma National Park waar we, nadat we een vergunning gehaald hebben en de banden weer wat leeg hebben laten lopen, een paar uurtjes rond rijden. Eigenlijk heb je slechts in een heel klein deel van het park de gelegenheid om rond te rijden, het grootste deel, misschien wel 90% van het park is afgesloten voor bezoekers. Waarschijnlijk hebben juist vandaag de dieren hun toevlucht in dat deel van het park gezocht want we zien maar weinig dieren. Maar misschien zijn we wel een beetje verwend. Buiten een gevarieerd vogelleven zien we in een waterplas, heel toepasselijk 'hippo pool' genaamd, een nijlpaard liggen en zo nu en dan zien we een antilopesoort.


De auto heeft het zwaar. Bij de ingang van het park was ons al verteld welke paden we beter konden vermijden, maar de overige weggetjes en paden zijn eigenlijk ook alleen maar heel slecht te noemen. Hier en daar moeten we ook noodgedwongen omkeren omdat het te diep los zand wordt. We rijden lekker met de ramen los, maar nu en dan is het pad zo smal dat de takken van struiken en bomen naar binnen klappen. Vooral Ans krijgt regelmatig een tak tegen haar arm wat bijna een minder mooie bush tattoo oplevert.

In de afgelopen dagen heb ik redelijk wat ervaring gekregen met off-road rijden maar een weg naar een kleine waterpoel bezorgt me toch wel klamme handen. Het pad, als je al een pad kunt noemen, ligt vol met rotsen en eigenlijk heb je hier een auto nodig die iets 'hoger op de poten' staat.
Plotseling staan we voor een enorme olifant en kunnen we geen kant meer op. Onze hartslag gaat een stuk omhoog maar gelukkig kijkt de olifant alleen maar naar ons en komt zelf niet dichterbij. Het lukt om met de nodige keren steken de auto te keren en eerlijk gezegd zijn we blij als het enorme dier uit het zicht is. En eerlijk gezegd vinden we het toch ook weer mooi.


Eind van de middag zijn we weer terug, zetten we de tent weer op en maken onze slaapplek in orde, waarna we nog even van het daglicht gebruik maken om met de camera rond te lopen. Vooral voor vogelliefhebbers is dit een paradijs. We zien verschillende soorten vogels, van bontgekleurde zwaluwen tot wevers en van bijeneters tot specht, om van de brutale buulbuuls maar niet te spreken.

Rond de schemering worden we gehaald door Nelson. In een boom boven zijn hut zitten twee nesten van bushbabies. We wachten een kwartiertje en plotseling komen uit elk nest een stuk of vijf van die schattige wezentjes tevoorschijn. Jammer genoeg is het eigenlijk te donker om een leuke foto te maken. De diertjes blijven maar een paar minuutjes zitten om zich te wassen en in een oogwenk zijn ze allemaal vertrokken.


Morgen trekken we verder, dus na het eten pakken we onze spullen zover mogelijk in en maken vast brood klaar voor de volgende dag. De rest van de avond drinken we bij een houtvuurtje ons onmisbare kopje koffie en liggen we weer tussen negen en half tien op bed. Ondanks de geweldige plek vinden we het geen van beiden erg dat we hier niet langer blijven. Het is een mooie plek, midden in de natuur, maar erg stil en saai, vooral 's avonds.





copyright: 2019 - namibie.gradstaat.nl