• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact








Dag 7, van Swakopmund naar Palmwag.

We hebben goed geslapen op de ontelbare keren na dat er vannacht een autoalarm afgaat op de parkeerplaats. Hotel Rapmund en het naast gelegen hotel hebben een gemeenschappelijke, bewaakte parkeerplaats, jammer genoeg precies voor onze kamer. Vandaag gaan we naar Palmwag, een rit van zo'n 440 km waarvoor we de wekker op tijd hebben gezet. Om iets na zeven uur zitten we aan het ontbijt in het restaurant waar we tevens voor ieder een lunchpakketje mogen klaarmaken. Half negen rijden we weg bij 14 graden en mist, het normale ochtendweer voor deze omgeving. Wat hebben wij geluk gehad gisteren.


Als wij bij het afscheid tegen de eigenaresse van het hotel zeggen dat we vandaag naar Palmwag rijden, zegt ze alleen maar "poeh, poeh". Schijnbaar vindt ze het een enorm eind. Aan het eind van de dag moeten we haar toch ook wel gelijk geven.
Voordat we de stad uitrijden tanken we de wagen eerst vol, controleren de bandenspanning voor een hele dag gravel rijden en doen wat boodschappen in een supermarkt. Weer staat er bier op de lijst maar nu is alcohol kopen geen probleem.


Het wordt inderdaad een lange reisdag met eerst 300 tot 350 km langs de kust naar het noorden en dan het binnenland in. Het is de hele ochtend mistig dus weinig zicht maar gelukkig is het wegdek redelijk goed.
Halverwege passeren we de toegangspoort van het 'Skeleton Coast NP', waar we niets hoeven te betalen omdat we er alleen maar doorheen rijden en vandaag aan de andere kant het park weer zullen verlaten. Natuurlijk krijg je te horen dat een vrijwillige bijdrage welkom is, maar we hebben sterk het vermoeden dat dit geld niet in de kas van het park terecht komt.

We rijden uren door een desolaat landschap. Als een planeet. Het zou een geweldige plek zijn om een science fiction film op te nemen. Voor ons is het een maanlandschap, nagenoeg zonder bomen, struiken of planten en waar we drie uur lang geen andere auto's of mensen zien. Dieren zien we al helemaal niet hoewel we bij de toegang hebben moeten tekenen dat we geen dieren zullen voeren. Gelukkig zijn de laatste 100 tot 150 km totaal anders.

Als we uiteindelijk de kuststrook verlaten en het binnenland inrijden veranderd het landschap. Het wordt afwisselender en als we eenmaal het park verlaten hebben wordt de natuur groener en zien we ook weer de nodige dieren. We zien giraffen, kudu's, oryxen (spiesbokken), springbokken en heel veel vogels. Maar door het bergachtige landschap zijn ook hele mooie uitzichten gecreëerd.
De streek waar we rijden is ook één van de weinige plekken waar de Welwitschia voorkomt. Een woestijnplant die gemiddeld 500 tot 600 jaar oud kan worden en voor bestuiving afhankelijk is van een wants. Zowel de plant als de wants ontkomen niet aan een foto.


Het wegdek is in de loop van de rit wel slechter geworden. We zijn blij met onze 4-wiel aandrijving. Dat dit geen garantie geeft zien we een paar kilometer verder. We zien een auto die kort daarvoor over de kop is geslagen en in de berm gerold is en natuurlijk stoppen we om hulp te bieden. Het Franse stel dat in de auto zat is er goed vanaf gekomen, maar de auto niet. Samen met een andere automobilist en twee lokale bewoners lukt het om de wagen weer op de wielen te zetten en de weg op te slepen. De slachtoffers krijgen een lift van de andere auto en voor ons is het een 'wake-up call'. Er hoefde niets gezegd te worden, maar het laatste deel van de rit hebben we toch rustiger aan gedaan.


De temperatuur is inmiddels van 14 graden naar 34 graden gestegen als we aan het eind van de middag in Palmwag aankomen. We krijgen een leuke plek met een ruime overkapping om onder te zitten en met een eigen aanrecht, kraan en gootsteentje.
Hadden we onderweg al zoveel dieren los zien lopen, we hebben de tent amper uitgeklapt of er komt een olifant de camping oplopen. We horen later dat deze woestijnolifant zich vaker laat zien, maar toch, geweldig. Bij één van de buren gaat hij even kijken wat daar gekookt wordt waarna hij zich verder over de lodge begeeft en een paar mooie struiken vernield.


We hebben geen zin meer om zelf eten te maken en bij het zwembad van de lodge nemen we een lekkere hamburger. Voor ons meer dan genoeg. Na de onmisbare koffie en gedouched te hebben zitten we onder ons afdakje nog wat te drinken terwijl de vleermuizen om ons hoofd vliegen.
Plotseling hoor ik wat in de struiken en in het licht van de zaklamp zien we een genetkat ons aankijken. Wat een mooi dier.
Als we niet veel later op bed liggen horen we uit de omgeving een geluid komen wat het midden houdt tussen huilen en brullen. Een hyena of een jakhals? Hoe dan ook, we slapen er niet minder door.





copyright: 2019 - namibie.gradstaat.nl