• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact








Dag 16, van Ngepi Camp naar Camp Kwando (Kongola).

Wat zijn we blij met de geleende dekens. Het is koud geweest vanacht met een temperatuur net boven nul. We beginnen de dag dan ook weer met lange broek en trui of vest. Als de temperatuur in de loop van de dag oploopt trekken we wel weer wat anders aan. We hebben tenslotte alle kleren bij ons in de wagen.
We hebben vandaag een reis voor de boeg (bumper) van bijna 250 km en we weten van onszelf dat we daar veel en veel langer over doen dan de navigatie en routeboek aangeven. Toch doen we lekker kalm aan vanochtend.

Rond kwart voor negen vertrekken we nadat we de geleende dekens terug gebracht hebben en nog even over de lodge gelopen te hebben om wat foto's te maken van de overal hangende bordjes met humoristische teksten.
Eerst krijgen we de 5 kilometer lange zandweg maar nu weten we de slechtste stukken en zonder problemen bereiken we Divindu waar we eerst de banden weer op spanning brengen en wat boodschappen doen.


Na zo'n 20 kilometer gereden te hebben begint het Bwabwata Nationaal Park, waar de grote weg dwars doorheen loopt. Eigenlijk is het andersom. De weg lag er al en het gebied is pas later tot Nationaal Park verklaard. Al gauw zien we een bordje met de tekst "Pas op, olifanten" en nog geen tien minuten later moeten we stoppen omdat er een familie van zo'n 20 tot 25 olifanten de weg oversteekt. Geweldig, en deze situatie zal zich nog vaak herhalen de rest van de rit.


In Kongola laten we de banden weer iets leeglopen voor het laatste stuk off-road weg naar Kamp Kwando, waar voor ons één van de kampeerplekken met elektra gereserveerd is. Bij de lodge aangekomen blijken we nergens op een lijst voor te komen dus wordt Anke, de manager er bij gehaald. Ze moet lachen. We zitten helemaal verkeerd. Wij hebben een plek op het nieuwe Kwando Bush Camp van hen waarvoor we weer terug moeten, weer voorbij Kongola. We zijn er op de heenweg schijnbaar langs gereden. Dus rijden we, op zachte banden dertig kilometer terug.

De bevolking is tot nu overal heel vriendelijk geweest, en overal voelden we ons zeer welkom. Maar rond Kongola proberen kinderen je met gebaren te laten stoppen om dan te kunnen bedelen. Stop je niet, krijg je een steen tegen de auto. Ondanks de klappen tegen de auto hebben wij geen enkele keer zichtbare schade opgelopen maar bij andere toeristen hebben we wel anders gezien. Een tweede truc die ze uithalen is een leeg colablikje op de weg zetten, waar ze een scherpe steen achter leggen in de hoop dat je er overheen rijdt en noodgedwongen moet stoppen door een lekke band. Dit hebben we gelukkig nergens anders tijdens onze trip meegemaakt.

Kwando Bush Camp is een paradijs. We worden ontvangen door Roxy en Nelson, de twee managers die ons naar onze plek brengen. En wat voor plek. Aan de rivier krijgen we een afgezet stuk van ruim 1500 vierkante meter met verspreid staande bomen met eigen douche, toilet, afdakje, keukentje en vuurplaats. Warm water krijgen we weer via een 'donkey' waaronder twee keer per dag een vuur aangestoken wordt. Maar voor ons hoeft er 's ochtends vroeg geen vuurtje gestookt te worden om warm water te krijgen.
Het is ons nog veel en veel te warm om de tent op te zetten maar we zetten wel de auto op de plek waarna we eerst even over het terrein lopen. Het camp is prachtig aangelegd en het blijkt dat wij niet eens de grootste van de vier plekken hebben. Aan de rivier is een uitzichtpunt/terras aangelegd waar we een duits echtpaar treffen. Onze buren, maar we staan ook zo ver van elkaar dat we ze niet eens opgemerkt hebben.



Nadat we op het terras een drankje van Roxy hebben gekregen gaan we terug naar onze plek, waar we de tent opzetten, bed klaarmaken, potje koken en een douche nemen, terwijl er twee hippo's voor de deur in de rivier lawaai liggen te maken.
Helaas hebben we hier niet de gelegenheid om dekens te lenen, dus we wapenen ons tegen de nachtelijke koude met een extra dekbedhoes en handoeken die we over ons heen kunnen trekken. We zitten hier heel ver van de bewoonde wereld af en als we in bed liggen merken we ook de stilte, op het geluid van een nijlpaard in de verte na.





copyright: 2019 - namibie.gradstaat.nl